Stoopsfabriek

Spinnerij De Stoop is, na jaren leegstand en verval, gered van de ondergang en als waardevol bouwkundig erfgoed in eer hersteld. De prestigieuze restauratie en herbestemming staan op naam van de, speciaal voor dit project opgerichte, vastgoedonderneming N.V. Manchester. Toen Camille De Stoop in 1906 langs het kanaal Bossuit-Kortrijk zijn nieuwe stoomkatoenspinnerij kon openen was hij allicht bijzonder trots. Het was de kers op de taart van een succesvol familieverhaal. De vader van Camille was afkomstig van de streek Zulte - Deinze en begon samen met zijn twee broers een vlashandel in Kortrijk. Ze deden goede zaken met hun 'vlascommerce' maar waren blijkbaar even succesvol op de vastgoedmarkt en in beleggingen. Camille werd geboren in 1845 en huwde in 1879 met Emma Depoortere. Na het overlijden van zijn vader in 1878 lag de weg open om een industriële carrière uit te bouwen met het vergaarde familiekapitaal. Tussen de 'Gentpoort' en de Leie kocht hij een smalle strook grond die vrij was gekomen door de ontmanteling van de Kortrijkse vestingen. Daar bouwde hij een van de eerste gemechaniseerde weverijen van Kortrijk, aangedreven door een stoommachine die de fabriek in1888 in gang draaide. Aan de kant van de Leie was er plaats voor een loskade. Er kwam een inrit naar de fabriek bij de nieuwe Gentsepoort en aan de Gentsestraat nr. 11 liet hij voor zijn gezin een imposant herenhuis bouwen. Door de vlashandel was de familie reeds in contact gekomen met Engelse handelaars en hun manier van zaken doen. Uit Engeland kwam een sterke dynamiek overgewaaid van modernisering, mechanisering en internationalisering van de handel. Veel conservatieve textielondernemers hadden decennia lang geprobeerd om deze vloedgolf tegen te houden maar eind 19de eeuw begonnen die toch overstag te gaan en te investeren in fabrieksgebouwen en mechanisatie. Alle weefgetouwen bij De Stoop waren uiteraard van Engelse makelij. Ook voor de verkoop van zijn kwaliteitstextiel richtte hij zich op de Engelse markt en het overzeese Britse Imperium. De Stoop produceerde horecakwaliteit en bevoorraadde zo o.a. heel wat pakketboten op de grote lijnvaarten, wat het bedrijf een internationale uitstraling bezorgde. Camille stuurde zijn zonen richting Manchester voor een opleiding tot textielingenieur, wat hun meteen ook een degelijke kennis van de Engelse taal opleverde. Van een textielbaron werd toen ook wel enig maatschappelijk engagement verwacht. Camille De Stoop zetelde dan ook in de Kortrijkse gemeenteraad van 1881 tot 1921 voor de Katholieke partij. Hij hield zich o.a. bezig met de arbeidershuisvesting en investeerde daarin ook persoonlijk kapitaal. Zo is zijn naam vereeuwigd in 'Stoopsreke', een rij arbeiderswoningen in de Roterijstraat. Camille De Stoop bleek een goede neus te hebben voor het politieke landschap in Europa en de weerslag ervan op de financiële markten. Rond 1905 besliste hij om de risico's te ontlopen en zijn kapitaal te investeren in gebouwen en machines. Hij kocht gronden aan langs het kanaal en bouwde er een moderne spinnerij naar Engels model. Die oprichting was duidelijk als belegging bedoeld want het gebouw was te groot en werd zelfs na 50 jaar nooit volledig benut. De spinnerij zou hem daarnaast verder onafhankelijk maken van anderen want aan de Gentsepoort had hij ondertussen naast de weverij ook een blekerij, ververij en appretering uitgebouwd. De 'spinning mill' was gebouwd in een stijl die zijn oorsprong vond in Manchester, de Engelse hoofdstad van de katoenindustrie. Niet alleen de inspiratie voor het gebouw kwam van over de Noordzee maar ook alle machines. Wat toentertijd meteen opviel waren de talloze grote ramen die het licht naar binnen trokken. Het gebouw was volledig opgebouwd uit metaal, baksteen en vloertegels wat het meteen brandveiliger moest maken. Brandgevaar was een heel groot probleem in mechanische spinnerijen vooral doordat er heel veel stof rondhing. Dergelijke gebouwen waren toen reeds uitgerust met een sprinkler-systeem. De torens die bij de spinnerijen opdoken waren gewoonlijk een combinatie van een met branddeuren afsluitbare trappenhal en een waterreservoir met bluswater bovenop. De toren die bij Stoopsfabriek aan de voorkant te zien is functioneerde als een stoftoren. Men probeerde het stof uit de werkplaatsen te ventileren, al dan niet in combinatie met mechanisch aangedreven ventilatoren. Dè trots van de nieuwe fabriek was echter de gigantische stoommachine van 1.000 PK afkomstig van constructeur Van den Kerchove uit Gent. Door de talloze wielen, assen en aandrijfriemen leek het ganse gebouw wel één grote ronkende en trillende machine. De boel in gang zetten of stil leggen vroeg wel even tijd en vergde ook een vaste procedure van aandrijvingen in- en uit schakelen. De stoommachinezaal is intact gebleven, de machine zelf, die draaide tot 1960, is helaas verdwenen. In 1952 emigreerde Roger De Stoop, kleinzoon van Camille, naar Melbourne in Australië. Iets eerder had het bedrijf er grond gekocht en een textielbedrijf opgericht. Roger De Stoop en zijn gezin waren vergezeld van twintig Kortrijkse wevers en hun gezinnen. Tijdens de lange bootreis werd er Engelse les gegeven. De arbeiders moesten één jaar in de fabriek blijven werken en konden dan eventueel op kosten van het bedrijf terugkeren. Alle families zijn echter in Australië gebleven. Het bedrijf bestaat niet meer en de Kortrijkzanen zijn uitgezworven. De Kortrijkse Wivine De Stoop, echtgenote van Roger werd een bekende TV-figuur in Australië. Ze begon met het geven van kooklessen bij haar thuis maar deed dit later ook op TV. Ze gaf ook een kookboek uit en wordt gezien als de persoon die de Franse keuken introduceerde in Australië en honderden huisvrouwen inspireerde om het niveau van de Australische keuken wat op te krikken. Haar kookkunst is gebaseerd op wat ze in haar jeugdjaren van haar moeder had geleerd.