Groeningekaai Kortrijk 1944/2007

Maart 2007. Het laatste puin wordt geruimd van de slopingswerken van ’t fabriek van Steverlyncks aan de Stasegemsestraat en de Groeningekaai. Ik hoor de stem van mijn vader weer ,,zijn’’ verhaal vertellen over het bombardement van 21 juli 1944, waarbij de Groeninghe Ververij geraakt werd en er een niet-ontplofte tijdbom achterbleef. Een thriller. Om 01 uur ’s nachts, vrijdag 21 juli 1944 werd Kortrijk voor de derde, en meteen ook de hevigste, keer gebombardeerd door de geallieerden. Alles had te maken met de eerdere ontscheping van de geallieerden in Normandië en het verstoren van de bevoorrading van de Duitse troepen. Bij dit bombardement brandde de Sint-Michielskerk uit. Ook het postgebouw werd geraakt. Mijn vader, Andreas (André) Velghe (1914-1998) hoorde en voelde dat de Groeninghe Ververij getroffen werd. Hij woonde toen immers in de kelderverdieping van het wit herenhuis aan de Stasegemsestraat 129, de hoofdzetel van het bedrijf. Het ouderlijk huis (nr. 114) rechtover, een voormalige afspanning, liep schade op bij een eerder bombardement en werd gesloopt om plaats te maken voor vijf nieuwbouw-woningen. Bij het zien van de schade fietste hij als gek naar het Rotershof aan de Leie, waar Baldewijn Steverlynck, de fabriekseigenaar, woonde. Samen kwamen ze terug en zagen dat het noordelijk deel van de fabriek, langs de vaart, deels was ingestort. De Titanschoorsteen bleef ongedeerd. Het vernielde deel bestond uit de gebouwen van de voorganger van de Groeninghe Ververij, de Ververij Van Eenoo. Meer dan verontrustend was een niet-ontplofte tijdbom op het binnenplein, vlakbij de stokerij, hét hart van het bedrijf. Regelmatig ontploften in de stad, vooral rond het vormingsstation, tijdbommen. Er ontplofte ook zo’n bom in een aanpalende woning aan de Stasegemsestraat, rechtover de huidige Korenbloem. Jan Mulier, de oudste zoon van de latere senator Arthur Mulier, werd op 21 juli ’44 ’s namiddags gedood bij de ontploffing van een tijdbom aan het Robbeplein. Zijn lijk werd naar de Stasegemsestraat 129 overgebracht. In de bovenverdieping woonde immers de familie Mulier, sinds hun huis in de Van den Peereboomlaan was gebombardeerd. Diezelfde vrijdagavond wilden twee Duitsers van de ontmijningsdienst de tijdbom aan het stookhuis gecontroleerd laten ontploffen. Baldewijn Steverlynck verzette zich en argumenteerde dat het ongepast was een bom te laten ontploffen in de directe nabijheid van het huis waar Jan Mulier lag opgebaard. Steverlynck zelf stelde voor de bom in de vaart te kieperen. Door het fabriek werd een ‘zachte’ weg aangelegd met stro. Met behulp van een driepikkel met handtakel legden mijn vader en de stoker van het bedrijf, Julien Detremmerie uit Vichte, de uitgegraven bom op een kar met gummi-banden. De bom werd met wagentje en al in de vaart geduwd. Het door de Duitsers aan de bom aangebrachte dynamietpatroon ontplofte, maar de bom niet. Tot overmaat van ramp werd op 23 juli het water uit het kanaal Kortrijk-Bossuit gelaten om een door het bombardement lek geslagen schip te herstellen. ,,De schrik zat er goed in dat de bom dan zou ontploffen, terwijl – alhoewel het verboden was – kinderen in de bedding liepen om vis te vangen’’, vertelde mijn vader. Het zou duren tot 26 juli, vijf dagen na het bombardement, tot de in het slijk weggezakte bom om 04 uur ’s morgens ontplofte. In de Schaekenstraat werd Baldewijn Steverlynck op een tirade aan scheldwoorden onthaald. Van nogal wat huizen waren ruiten stuk, dakpannen gesneuveld en zelfs plafonds ingestort. De fabriek betaalde alle schade. Drie maanden nam het ruimen van het puin van het door het bombardement van 21 juli beschadigde fabrieksgedeelte in beslag. Begin 1945 werden op het terrein van het vernielde fabrieksdeel aan de Groeningekaai 54 palen geheid tot op 12 meter diepte. Hier verrees een gebouw van 45 op 8 meter, een betonskelet van drie verdiepingen. En dat skelet werd bij de ontmanteling in 2003 weer zichtbaar, maar diende finaal – maart 2007 – omwille van instabiliteit en dus niet geschikt voor een indeling in lofts, gesloopt te worden. Zo werd ruimte gecreëerd voor een bij de naastliggende lofts aansluitend appartementsgebouw aan de kant van de Groeningekaai. Johan Velghe