Diefstal in de Tontekapel

Afgelegen, omgeven door velden en moeilijk bereikbaar. Zoiets is zeldzaam geworden; het geldt nochtans voor de Tontekapel in Kooigem. Vanaf de plaats waar de kapel staat is het panorama buitengewoon mooi. Het zicht naar het oosten en het zuiden draagt zeer ver: van de Kluisberg naar de Drievuldigheidsberg. Nog meer naar het zuiden toe is de de Doornikse kathedraal met haar vijf torens goed ²zichtbaar, ondanks de respectabele afstand van 18 kilometer. Opvallend is ook de stilte die er heerst. Een ideale plaats voor wie van rust en kalmte houdt. Maar de Tontekapel is niet alleen een prachtig vergezicht. Er is daar “iets” meer, zeker voor de eenzame bidder die echt nederig in hart en ziel de Vader bidt, ook al is het via O.-L.-Vrouw, want daar wordt hij verhoord. Dit was reeds zo ten tijde van onze grootouders en onze ouders namen ons mee op bedevaart. Van verre en bij laten de gelovigen geen jaar voorbij gaan zonder een bezoek te brengen aan de Tontekapel, meestal in de maand mei. De kapel blijft haar mysterieuze aantrekkings-kracht op de mensen behouden. Ontelbare stukjes stof, gesneden uit allerlei kledij, zijn vastgehecht aan de spijlen van de kapeldeur. Dagelijks komt Ernest Messiaen bidden in de kapel. Hij is ook de man die de kapel onderhoudt en regelmatig alles wat aan de deur hangt wegneemt. Die bandjes stof, spelden, elastieken, snoeren enz. zijn in werkelijkheid ex-voto’s, getuigen van een diep volksgeloof. In april 1960 liet de E.H. Jantje Boeckaert, pastoor te Kooigem, het Mariabeeld in eikenhout herstellen door Kooigemnaar Roland Dekeyzer. De pastoor dateerde het beeld in de 15de eeuw, Roland sprak van een echt “oud beeld” zonder meer. Op de Ferrariskaart uit 1771 staat de Tontekapel aangeduid als “chapelle de la Ste Vierge”. Onze opgravingen van 1981/82 bewezen dat de rechtstreekse omgeving van de kapel een Romeins en zelfs een prehistorisch verleden heeft. De rechtmatige eigenaars van de Tontekapel zijn onbekend, misschien onbestaand. De huidige kapel werd herbouwd in 1921 dank zij de vrijgevigheid van vrome mensen. Op dezelfde manier kreeg de kapel enkele jaren geleden een nieuw dak. De diefstal In maart 1975 werd het Mariabeeld gestolen. Leopold Yzerbijt die op een 330-tal meter van de kapel woonde, stelde de diefstal vast. Leopold ging onmiddellijk Landbouwer Henri Glorieux verwittigen. De familie Glorieux onderhield sinds generaties de kapel, hoewel zij de eigenaar niet zijn . Henri heeft op zijn beurt de “champêtre” van Kooigem verwittigd die op 24 maart 1975 proces-verbaal opmaakte. Leopold verklaarde daarin dat hij een drietal weken voordien, in de avondschemering, twee onbekende mannen langs de modderige weg te voet naar de kapel had zien gaan. Hij beschreef ze als mensen van middelmatige gestalte en ongeveer 35 à 40 jaar oud. Hij had hen niet zien terugkomen en wist niet langs waar zij konden vertrokken zijn. Ook een tweede getuige werd verhoord: Kooigemnaar Emiel Vanovertveldt, 76 jaar oud. Mili verklaarde het volgende: “op 21 februari werd ik per fiets aangereden door een vrachtwagen in de Kortrijkstraat (nu Doornikserijksweg). Als bij mirakel werd ik slechts lichtgewond. Uit dankbaarheid ben ik enkele dagen later, de juiste datum herinner ik mij niet meer, naar de Tontekapel geweest. Toen stelde ik vast dat de deur op een kier stond. Het O.-L.-Vrouwebeeld bevond zich zeker nog in de kapel. Ik heb de deur dichtgetrokken en dacht dat iemand van de Glorieux’s vergeten was ze te sluiten. Daar ik nog niet goed te been was ben ik niet onmiddellijk gaan verwittigen. Het was pas een tiental dagen later dat ik Louis (zoon van Henri) Glorieux hier zag voorbijrijden en hem verwittigde dat de kapel niet gesloten was. Ik heb echter geen aandacht besteed aan het slot en kan niet zeggen of het al dan niet opengebroken was.” Een belangrijke vaststelling was dat tijdens de nacht van 27 op 28 februari 1975 op amper één kilometer van de Tontekapel in de Bellegemstraat in St.-Denijs eveneens een O.-L.-Vrouwebeeld gestolen werd uit een veldkapel. Vandaar de mening dat de diefstallen vermoedelijk in de zelfde nacht en door dezelfde daders gepleegd werden. De twee verklaringen doen ons vermoeden dat de kapeldeur eerst opengebroken werd door iemand die het beeld wilde bekijken, of het de moeite zou lonen, en dat het beeld pas later gestolen werd.