Lei en griffel

Lei en griffel : ook nog gebruikt. En ook een pennedoze. Schrijven met inkt - inktpotjes verwerkt in de schoolbanken. En stencils, zo'n vuiligheid! Het geluid van de griffel ging soms door merg en been. Soms werd er om ons te plagen vlug een natte spons op onze bank gelegd. En sommige leerkrachten keerden naar huis met inktsporen (meestal op rugzijde). In de kleuterschool werd er nog gebeld met de hand. Als straf vlogen we in het koolkot. En op de koer waren er nog toegangen naar bunkers uit WOII. Iemand die roddelde bij de nonnen diende met een mand (een paander) rond de speelkoer te gaan: een paanderdrager! En bij de broeders van Daele kregen we op ons vingers met een regel (liniaal). Leuk is anders. Een draai om ons oren kon ook nog. We droegen korte broeken. We waren beschaamd van lappen op ons kleren (knieƫn en ellebogen). Was nog de tijd van de zondagse kledij: om naar de mis te gaan. Strikte scheiding van jongens en meisjes! Zwijgen en stilzitten. Wat een toestanden allemaal. Maar we hebben het overleefd! Vloeipapier: ook al lang uit de mode. Kon gebruikt worden om te spieken. En de cathecismus! Die hem het best kon opzeggen kreeg de beste plaats voor de communie. Alhoewel, de kinderen van notabelen en kerksponsors gingen toch altijd voor. En de maandelijkse biechtviering: een ware kruistocht. Wat moesten we nu weer uit onze duim zuigen? Maar geen nood: we konden ons behelpen met lijstjes van mogelijke zonden.